|
Terminologie Van oudsher worden zegels in albums los verzameld. Méér dan één zegel aan elkaar dan ook alleen als er goede reden voor was. Twee dezelfde [een paartje] horizontaal of verticaal, een 'blok' van 4 [=2x2] was al heel royaal. 'Oorspronkelijk verstond men onder een blok een combinatie van vier of meer zegels in twee of meer rijen samenhangende. Tegenwoordig rekent men de kleine velletjes papier, vierkant of rechthoekig van vorm, meestal aan de achterzijde gegomd en aan de voorzijde bedrukt met één of meer postzegels, ook tot de blokstukken.' [J.A. v.d Vlis, de Philatelist, een handleiding voor postzegelverzamelaar; XII. Iets over blokstukken, paren,stroken en ander zegelcombinaties; 1942]. |
De term 'blok' voor het 'kleine velletje' waarnaar v.d. Vlis refereert is voor het eerst van toepassing geweest op een los zegel van 10Fr. met velranden erom heen dat op 3 januari 1923 werd uitgegeven door Luxemburg. Nog voor de Tweede Wereldoorlog waren door de diverse postadministraties uitgegeven 'blokken' zeer populair maar tegelijkertijd ook zeer discutabel vanwege de vaak ermee gepaard gaande speculaties. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleven PTT-administraties 'blokken' uitgeven, veelal met het doel de verzamelaar extra te belasten. Het zou dan ook niet zo vreemd zijn als de georganiseerde filatelie, de landsbonden, als belangenbehartigers van de verzamelaars, op hun achterste benen sprongen bij elke aankondiging van hun PTT om zulke blokken uit te geven. Helaas hebben een aantal filatelistische organisaties hun principes laten varen als het er op aan kwam met 'blokken' filatelistische tentoonstellingen te financieren. Zie m'n commentaar in de rubriek Nederland van februari 1994 ten aanzien van Fepapost. |
|
Mag er dan sprake zijn van enige consensus als het gaat om 'speculatieve' blokken. Blokken bleken ook - puur uit bedrijfsmatige overwegingen - een manier voor de PT-administratie om zegels handig te verkopen of te laten verkopen. De aldus in 1965 in Nederland geintroduceerde 'Kinderzegel'-blokken stuitten op nauwelijks meer dan gepruttel bij de verzamelaars. Ze zijn thans beschouwd als volwaardig filatelistische object. Hetzelfde geldt voor de in 1964 algemeen in Nederland ingevoerde automaatboekjes. Alle tot nu toe vermelde objecten hadden in ieder geval één zaak gemeen - vanaf het Luxemburgse blok uit 1923, via de 'Legioenzegel-blokken uit 1942, naar de Kinderzegelblokken - en wel dat ze als één geheel te koop waren. Losse zegels eruit waren niet aan de verkooppunten te krijgen. De verkoop geschieddde 'en bloc' ofwel 'im Block'. |
Het woord 'blok' Als er één woord is in het internationale filatelistische spraakgebruik waarop de 'Nederlander' trots mag zijn dan is het wel het woord 'blok'. Dit Nederlandse woord 'blok' dat oorspronkelijk betrekking had op een 'houtblok', het massieve gedeelte van een 'boom', werd al in de XIII-e eeuw [melding uit 1262] overgenomen in het Frans met de betekenis "tronc abattu", later "tronc d'arbre". Vanuit het Frans raakte 'blok' verzeild in het Engels en de andere Romaanse talen. Via het Nederduits vinden we 'blok' als 'Block' terug in het moderne Duits. In de moderne talen is de betekenis van het woord gaan 'rondzingen' maar nog steeds is de kern gebleven: iets massiefs, uit één geheel, uit één stuk; en vandaar ook de hierboven al gemelde combinaties: 'en bloc', 'im Block'. Of de term 'blok' in een filatelistische kontekst nu eerder in het Duits of in het Frans werd gehanteerd, is nu niet meer essentieel. Het is een goed Nederlands woord. Een 'blok' is een filatelistisch object uit één stuk, niet in kleinere eenheden te krijgen geweest. |
|
Verkoopeenheden of verschijningsvormen De meest wijd verspreide verkoopseenheid of verschijningsvorm was gedurende langere tijd het loketvel. Zo was in het Nederland tot zo'n 5 jaar geleden. De grootte van zo'n loketvel was meestal 100 [=10x10] of 200 [=10x20]. Wat in Nederland gebruikelijk was was dat niet overal. In Zweden b.v. zijn de loketvellen al ver voor de Tweede Wereldoorlog afgeschaft. Daar waren slechts postzegelrollen en postzegelboekjes verkrijgbaar. In het Verenigd Koninkrijk is het marktaandeel van postzegelboekjes [al of niet met venster] veel groter dan het ooit hier in Nederland was. De loketvelgrootte is elders vaak afwijkend van 100. In België is een vel van 30 [=5x6] normaal, in Israel vellen van 15 [=5x3]. Ook in Polen b.v is een vel van 15 of 20 niet ongebruikelijk. Let wel het gaat hierbij steeds om loketvellen van waaruit losse zegels kunnen worden gekocht aan het loket. |
In Nederland zijn dergelijke kleine loketvellen - afgezien van de hoogste frankeerwaarden - maar incidenteel geweest: b.v. de 1924 tentoonstellingszegels type Veth in vellen van 5x5, de ITEP-zegels in vellen van 5x5 en als laatste de Amphilex 1967 zegels in vellen van 5x2. Het zou niet vreemd zijn om voor deze laatst genoemde loketvellen het verkleinwoord 'velletje' te gebruiken. Bij alle drie postzegeltentoonstellingen was er bovendien nog sprake van een koppelverkoop: het kopen van een toegangskaart gaf recht op één [of twee zoals in 1924] series. In 1987 brachten de December-postzegels in de vorm van een postzegelboekje van 20 zegels al de nodige beroering in de tent. De eerste 'blokken' van 20 met December-zegels zette al menig verzamelaar voor een dilemma: meedoen of niet. De verzelfstandiging van de PTT begin 1989 was voor een aantal verzamelaars een goed moment om er mee te stoppen. |
|
In het begin van de jaren '90 wordt duidelijk dat het voor PTT-administraties bedrijfsmatig beter uit zou komen om postzegels in hoeveelheden van 10 of 20 stuks tegelijk aan de klant te verkopen. Op de verkoop van een los zegel zou toegelegd moeten worden. Of deze berekeningsmethode nu hout snijdt of niet doet niet ter zake, ook andere experimenten qua bedrijfsvoering zijn een pure PTT-aangelegenheid waar geen 'exploitatie van arme verzamelaars' aan te pas komt. In 1993 verschijnen in Nederland twee 'blokken' van 10 zegels, ze moeten 'en bloc' worden aangeschaft, losse zegels eruit zijn niet verkrijgbaar. In Duitsland is er sprake van dat de 'normale' loketvellen geheel gaan verdwijnen en vervangen worden door 'velletjes' van 10 zegels. Op 13 oktober 1994 verschijnt daar het eerste 'blok' van 10, alleen in z'n geheel verkrijgbaar. |
In Nederland haastte een begin 1994 in het leven geroepen werkgroep van de Nederlandse Bond van Filatelisten-Verenigingen, de NVPH, en de Business Unit PTT Post Filatelie zich om een gemeenschappelijk standpunt naar buiten te brengen onder het mom van eenheid in filatelistisch taalgebruik. Aanleiding: de 'blokken' 'Wenspostzegels' en 'Tien voor uw Brieven'. Diepere achtergrond: moeten verzamelaars zich verplicht voelen om de blokken in hun verzameling op te nemen of niet. Antwoord: nee, en als we dat maar met z'n allen roepen en als we voor deze blokken een aparte kreet verzinnen, zal het wel lukken. Overeenstemming werd bereikt als volgt [zie Nederlands Maanblad voor Philatelie 1994 pagina 608, 720] :
|
|
Resultaat van deze jubelstemming was een hanteren van twee termen 'blok' en 'velletje' waarbij 'blok' een status van verzamelnoodzaak [en aparte catalogusnotering] kreeg en 'velletje' de status van volledig vrijblijvend verzamelobject: hoeft b.v. niet in een tentoonstellingscollectie aanwezig te zijn en krijgt ook geen aparte catalogusnotering. Kortom een 'politiek' besluit volgens het 'poldermodel' zonder enige inhoudelijk filatelistische merites. De filatelie in Nederland was gered. Ook in Duitsland volgde een stelllingname van de Bond, er werd gekissebist over wel of geen randversiering. De 'Zehnerbogen' mochten niet in de SAFE-albums. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, het verzamelen heeft zijn eigen motoriek en de verzamelaars stortten zich toch op de 'velletjes'. Ondanks de goedbedoelde regelgeving van boven. En niet alleen de verzamelaars, maar ook afzonderlijke deelnemers aan het 'poldermodel' hebben zich al onttrokken aan de in 1994 gemaakte afspraken. |
In het blad 'Collect' van PTT Post, zomer 1998, wordt in de rubriek 'Shop' gesproken van een categorie 'postzegelvelletjes' waaronder de Kinder-, Zomer- en December-blokken vallen. 'Postzegelvelletjes bestaan uit een of meer postzegels met een versierde velrand.' Er kan een apart abonnement worden genomen. Dat laatste geldt ook de categorie 'gelegenheidsvelletjes' die PTT Post uitgeeft sinds 1995 [sic!]. Hiermee worden bedoeld de in 1994 nog 'standaardvelletjes' genoemde. Onder de 'aansporing' van 'met een abonnement bent u er van verzekerd dat uw collectie compleet blijft' een advertentie van DAVO voor het 'album gelegenheidvelletjes' … raison van f 80,- met 'vijftien opbergbladen voor de tot en met 1997 verschenen gelegenheidsvelletjes'. Zoals ik al in de Nederland rubriek van juli/augustus schreef zijn de prijzen voor de 'blokken' met zegels van 70c behoorlijk opgetrokken. En ook in Duitsland staat na de rel - eind vorig jaar - over de vermeende nazistische symbolen op het Heinrich Heine-blok het verzamelen van 'blokken' weer vol op in de aandacht. Kortom, het is niet vreemd dat 'blokken' en 'velletjes' voor de Speciale Catalogus een interessant item is geworden. |